Een agroforestry enterprise plan is het plan waarmee een bedrijf met bomen en struiken op één perceel zijn geld verdient. Bij een voedselbos loopt dat plan zelden vast op het bos en bijna altijd op de afzet, dus dit gaat over de vragen die daaronder liggen: aan wie ga je verkopen, wanneer, en wat wil je weten voordat je iets vastlegt.
De volgorde waarin je die vragen beantwoordt, doet meer dan het antwoord op elke vraag apart. Wie met het kanaal begint, kiest iets voordat hij weet wat erin moet. Wie met het bos begint, weet na een uur wat er komt en heeft nog steeds niemand om het aan te verkopen.
Wat een agroforestry enterprise plan hier wel en niet is
Het is geen sjabloon en geen meerjarenbegroting. Het is ook niet het stuk dat je aan een geldschieter laat zien; over financiering en rechtsvorm zeggen wij niets.
Wat het wel is: zes vragen op volgorde, waarvan er vijf te beantwoorden zijn zonder dat je iets aan iemand hoeft te beloven. Je kunt ze in een middag doorlopen en er daarna een jaar mee vooruit. Het antwoord past op twee kantjes.
De reden dat er een volgorde in zit, is dat elke vraag de volgende bruikbaar maakt. Wie vraag vier stelt voordat vraag één beantwoord is, krijgt een antwoord waar hij niets mee kan, want dan weet hij niet waar hij het over heeft.
De zes vragen op volgorde
Wat komt er wanneer, bij benadering? Geen lijst met kilo's, maar een kalender met bandbreedtes: in welke weken is er zacht fruit, wanneer noten, en van welke soorten heb je genoeg om iets mee te doen. Dit is het enige antwoord dat alleen jij kunt geven, en elk gesprek dat je later voert begint ermee.
Wat kost een kilo je? Zolang je dat niet weet, kun je van geen enkel kanaal zeggen of het iets oplevert. Tel op wat er tussen de struik en de klant gebeurt en laat de aanplant erbuiten. De uitwerking staat bij een prijs bepalen zonder marktprijs.
Wie zit er binnen een half uur rijden die dit koopt? Namen, geen soorten afnemers. Een kok, een winkel, een bakker, een school, de buren, een collega die al levert. De kortste weg naar die eerste namen loopt langs de mensen die je al kent.
Wat beloof je, en wat niet? Pas hier zeg je iets toe, en pas nu kun je dat ook. Je legt geen soorten vast maar een moment, een bandbreedte en een keuze. Wat dat concreet betekent staat bij de afspraak met een kok of een winkel.
Wie beslist er mee, en hoe snel? Zit je bos in een stichting of coöperatie, dan kijkt er een bestuur of een ledengroep mee. Spreek af wie er in de week zelf mag beslissen, anders staat er donderdag iemand te wachten op een besluit dat over veertien dagen valt.
Wat schrijf je op om volgend jaar iets te weten? Per verkoop: welke soort, hoeveel, aan wie en wat het opbracht. Dat is de enige bron waar je volgend jaar iets aan hebt, en hij bestaat alleen als je hem dit jaar bijhoudt.
Waarom bijna elk plan bij het kanaal begint
De vraag die als eerste opkomt is meestal "wat ga ik opzetten". Een webshop, een kraam, een winkeltje aan de weg. Dat is een prettige vraag, want er hoort iets tastbaars bij en je kunt er meteen mee aan de slag.
Het probleem is dat een kanaal een vorm is en geen afnemer. Je kunt een webshop in een weekend bouwen en er drie jaar niets aan verkopen, terwijl één kok die elke week iets afneemt geen enkele bouwtijd kost. Bij twaalf kilo van twintig soorten weegt dat verschil zwaarder dan bij wie duizend kilo van één ding heeft.
Draai de vraag daarom om. Zoek eerst uit wie er koopt en wat hij nodig heeft, en kies daarna de vorm die daarbij hoort. Welke kanalen er zijn en wat ze vooraf van je vastleggen, staat bij waar je twaalf kilo van twintig soorten laat.
Wat je pas na één oogstjaar weet
Drie dingen zijn vooraf niet uit te zoeken, en het heeft geen zin ze te schatten.
Hoeveel er werkelijk komt. Een bos dat nog volloopt geeft elk jaar meer, en hoeveel meer weet je pas als het er is.
Wat mensen ergens voor overhebben. Dat blijkt aan de tafel en niet aan de keukentafel.
Welke soort het van de andere wint. Vaak is dat niet de soort waar jij het meest aan hebt gehad.
Daarom is dit plan er een dat elk jaar korter wordt in plaats van langer. Het eerste jaar is het vooral een lijst met dingen die je nog niet weet. Het derde jaar staan er namen in en bandbreedtes die kloppen.
Wat er in dat plan aan mogelijkheden staat, hangt ook af van wat je met de oogst doet voordat je hem verkoopt. Bewerken verandert je kalender en je afzetvraag; wat dat oplevert en wat er dan gaat gelden, staat bij wat je nog meer verkoopt dan verse oogst. Alle manieren naast elkaar staan bij de manieren waarop een oogst geld oplevert.
Wat er van het plan overblijft als het draait
De namen in dat plan zijn uiteindelijk mensen die elke week of elke maand iets van je afnemen, en dat vraagt om innen zonder dat je erachteraan gaat. Hoe dat werkt bij vaste afnemers, staat bij abonnementenbeheer.